donderdag 27 januari 2011

Cholera in Antwerpen in de negentiende eeuw.

Tussen 1832 en 1892 werd Antwerpen om de tien a vijftien jaar geconfronteerd met een cholera epidemie. Deze maakte telkens een paar duizend slachtoffers en duurde een tweetal jaren.

Waarom Antwerpen?
In Antwerpen waren alle kiemen voorhanden: een groot aantal inwoners, een haven met zeelui, krotten, vervuild putwater, armoede, honden, varkens, ratten en primitief uitgebouwde gezondheidsvoorzieningen.





Blauwe dood.
Cholera wordt nu aanzien als een sporadische importziekte maar in de 19 e eeuw was het een epidemische ziekte. De term “ blauwe dood” verwees naar de zwarte dood of de pest. Blauw verwees naar de asgrauwe huidskleur van de patiënten. Cholera epidemieën veroorzaakten een sterfte van meer dan 50 %. Cholera was al bekend van in de oudheid , de naam komt voort van het Griekse cholera dat  stond voor “ galvloed “.

Vijf epidemieën.
In 1832 brak cholera voor de eerste maal uit op wereldschaal. Meestal brak de epidemie uit in de zomermaanden. In Antwerpen waren er toen 1307 zieken waarvan er 710 aan de ziekte stierven. Bij de tweede epidemie in 1848 waren er 3617 gevallen en in 1866 waren er vijfduizend gevallen. De epidemie brak uit kort nadat het schip de “Agnes” uit Bremen met landverhuizers de haven invoer.
De opéénvolging van cholera –epidemieën als gevolg van armoede , vuil , ziekte en onhygiënische leefomstandigheden zorgden voor een wederzijdse afkeer tussen rijken en armen in de steden. Sommige armen vermoedden een complot van de rijken om hen uit te roeien en de rijken gaven de armen de schuld omdat ze ervan overtuigd waren dat de cholera een gevolg was van de immoraliteit en vieze leefgewoontes van de armen.
Rijken konden naar afgescheiden woonwijken verhuizen maar dat was geen oplossing omdat de ongezonde ( armen) buurten hen toch nog konden besmetten.

Behandeling .
De behandelingsmogelijkheden waren beperkt tot het gebruik van opiaten, belladonna, kinine enz. Ziekenhuispatiënten lagen samen in hetzelfde bed en zij voor wie geen plaats was werden opgevangen in cholerabureaus.

Bestrijding en verband met armoede.
Pas op het einde van de 19 e eeuw zag men in dat er een verband was tussen cholera en de armoedige leefomstandigheden. Door collectieve maatregelen wou men de risico omstandigheden beperken. Er werd een stedelijke gezondheidscommissie opgericht die bemand was door artsen, apothekers en gemeenteraadsleden. Zij stonden onder toezicht van de Provinciale Commissie voor Gezondheid.
Zaken zoals ziekenhuisopname, lijkenvervoer en vuilnisophaling werden georganiseerd. Het informeren van burgers was een taak voor de onderwijzers en geestelijken. Het ging vooral om  raadgevingen over persoonlijke hygiëne ( kleren wassen, gezond eten ). Specifieke maatregelen op het vlak van drinkwater en water voor sanitaire voorzieningen bleven uit.

Miasma en kiemtheorie.
Wat betreft de besmettelijkheid van cholera won de miasmatheorie het vrij lang van de kiemtheorie. In de miasmatheorie nam men aan dat gisting en verrotting de basis vormden van een besmetting. Het belang van drinkwater als bron van de infectie werd door deze theorie jarenlang ontkend. Ook verspreiding van ziektekiemen via schepen en goederen pasten niet in deze theorie. Pas later wees onderzoek van John Snow tijdens de cholera epidemie in Londen
uit dat zuiver drinkwater en sanitaire voorzieningen belangrijk waren bij de cholerabestrijding.

Sanering.
Door de oprichting van de Antwerpse waterwerken in 1880 werd kwaliteitsvol drinkwater voorzien en verdwenen de terugkerende epidemieën doordat de leefomstandigheden van de mensen verbeterden. Ook werd in 1892 het Stuivenbergziekenhuis gebouwd.


Jana Haemels

dinsdag 25 januari 2011

Rijken verschansen zich achter muren in “Gated Communities “.

Op blz. 137 van “ Zorg en de staat “ lees ik in paragraaf 1 “ Wie het zich kon veroorloven, trok weg uit de buurten waar de armen woonden.Dat was de dominante strategie van de negentiende –eeuwse stadsbewoners:verhuizen naar rijker,schoner,ruimer en veiliger wijken-de strategie van het individuele isolationisme. Een gezin dat in een betere buurt kon huren of kopen, koos voor die uitweg. De resultante van dit individuele isolationisme was ruimtelijke segregatie: de afzondering van de verschillende sociale klassen in aparte woonwijken “.
Dat de geschiedenis zich herhaalt wordt bewezen door de opkomst van Gated Communities in Amerika, Zuid-Afrika maar ook bij ons.

Wat is een Gated Community?
Het is een woonwijk waarvan alle in -en uitgangen zijn afgesloten zodat er controle is op wie de wijk in – en uitgaat. In de volksmond spreekt men ook van een hekwerkwijk De grootte kan variëren van een kleine wijk met enkele appartementsgebouwen en gemeenschappelijke voorzieningen zoals ontspanning tot een heus dorp met winkels, scholen, ziekenhuizen, parken en bedrijfsterreinen. Gated Communities worden vrijwel altijd buiten bestaande steden gebouwd.

Ontstaan
Gated Communities zijn ontstaan in de Verenigde Staten en bevinden zich in veel landen waar de kloof tussen arm en rijk groot is ( vb. Mexico, Brazilië, China en Zuid –Afrika ) maar ook in stedelijke gebieden waar de criminaliteit hoog is.

Soorten Gated Communities
Prestige communities: luxe woonwijken voor de rijken die graag tussen andere rijken willen wonen om hun rijkdom te etaleren zonder angst voor diefstal of beroving.
Lifestyle communities: woonwijken voor mensen uit een bepaalde sociale klasse die in dezelfde levensfase verkeren en gelijke wensen op het vlak van levensstijl hebben.
(vb. gepensioneerden communities ) waar rust primeert.
Security zone communities of safety zone communities : woonwijken voor mensen die reële of vermeende criminele, dreigingen willen sluiten.
Purpose designed communities: wijken speciaal ontworpen voor buitenlandse werknemers(vb. wijken in Arabische landen voor westerse olieindustriemedewerkers.

Kenmerken
1                    Bedoeld voor hogere sociale klasse.
2                    Beveiliging en bewaking. Meestal is er toegangscontrole en beveiliging door
            alarmsystemen,beveiligingscamera’s, beveiligingspersoneel en omheiningen zoals muren en hekwerk. Hierdoor worden het soms echte forten.
3                    Eigen interne organisatie. De hele wijk is privé terrein inclusief de infrastructuur en gemeenschappelijke voorzieningen. De lokale overheid wordt beperkt in de uitoefening van haar maatschappelijke taken. Wegenonderhoud en vuilnisophaling worden in eigen beheer uitgevoerd. Bij grotere Gated Communities is zelfs het onderwijs en gezondheidszorg in eigen beheer. Wie er wil wonen, moet de regels respecteren anders worden sancties opgelegd of kan men worden uitgezet. Die regels kunnen ver gaan (vb. verbod op kinderen in de wijk..).
4                    Segregatie van sociale klassen. De interactie van de communitybewoners met de omgeving neemt af naarmate de community groter en zelfvoorzienerder wordt.


Bokrijkpark in Genk: woonpark of Gated Community?
Echte Gated Communitys zijn er in België (nog) niet. Er zijn wel luxe woonparken die veel kenmerken van een Gated Community in zich hebben. Zo is er het voorbeeld van Bokrijkpark in Genk.  Midden de Limburgse natuur ( in de omgeving van het domein Bokrijk) verscheen een residentie van een 50 tal luxe woningen. Men hoort liever de naam “woonpark” als “Gated Community “. Er zijn wel een aantal gelijkenissen: omheiningen, slechts twee bewaakte uitgangen, camerabewaking, gemeenschappelijke voorzieningen zoals zwembad, fitness, sauna, de aanwezigheid van een huisbewaarder.


              


Mijn mening
Volgens mij bedreigen deze enclaves het sociaal kapitaal van onze samenleving. Zij die uitgesloten worden voelen zich nog meer tweede of derderangsburgers. Het is niet toevallig dat deze communities een succes zijn in landen met grote criminaliteit en een zwakke sociale zekerheid ( of gebaseerd op privé initiatief zoals de USA ).

Jana Haemels


Bibliografie:
Geraadpleegd op 14/01/2011 om 16.00 uur: http://www.bokrijkpark.be/algemeen.htm
Geraadpleegd op 14/01/2011 om 16:10 uur: http://nl.wikipedia.org/wiki/Gated_community

“Het Arsenaal “, een begrip in Mechelen en omstreken.

In hoofdstuk 4 van “Zorg en de staat “ heeft de auteur het over de vlucht van het platteland naar de steden in de 19 e eeuw en het feit dat dit fenomeen nog versterkt werd door de industriële revolutie. De komst van grote bedrijven naar de steden trok arbeidskrachten aan . Ten behoeve van hen werden grote urbanisatieprojecten ( arbeiderscité’s) uit de grond gestampt. Ganse wijken werden dikwijls naar deze bedrijven genoemd ( vb in Antwerpen “den Bell “ naar Bell telephone  later Alcatel Bell ).
Als voorbeeld, dichter bij mij thuis, haal ik “ Het Arsenaal “ aan in Mechelen (Muizen).

Voor wat staat “Het Arsenaal “?
De centrale werkplaatsen van de N.M.B.S. zijn bij de Mechelaar beter gekend als “ het Arsenaal”. De geschiedenis van de stad Mechelen en het ontstaan van de spoorwegmaatschappij zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
De ganse woonwijk rond de centrale werkplaats wordt Arsenaal genoemd.
De vzw Mechels Miniatuurtheater werd later omgedoopt tot theater t’Arsenaal
( http://www.tarsenaal.be/.). Het wijkhuis draagt de naam Arsenaal.
Kortom, het Arsenaal was en is meer dan een werkplaats waar mensen hun brood verdienen.

Ontstaan van de woonbuurt Arsenaal als urbanisatieproject voor de arbeiders van de centrale werkplaats.
De Olifant was de eerste (stoom) locomotief op het Europese vasteland. Op 5 mei 1835 legde hij het traject tussen Brussel en Mechelen af.



De ontwikkeling van het Belgische spoorwegnet en daaraan gekoppeld de noodzaak tot de oprichting van een centrale werkplaats enerzijds en de industriële revolutie halverwege de 19 e eeuw anderzijds zorgden er voor dat Mechelen een grote aantrekkingskracht had op migranten uit de nabijgelegen dorpen en het platteland. Het Arsenaal was de eerste grootschalige fabriek te Mechelen en is nog steeds één van de grootste werkgevers. Momenteel werken er nog ongeveer 1300 werknemers.
De straten van de woonbuurt Arsenaal hebben nog altijd het uitzicht van de jaren 1880 met enkele typische arbeiderswoningen.
De straatnamen verwijzen expliciet naar de activiteiten binnen de centrale werkplaatsen. Zo vind je er de Aambeeldstraat, Draaibankstraat, Locomotiefstaat, Smisstraat, Tenderstraat en Wagonstraat.

Vanwaar de naam Arsenaal?
Een eerste voorlopige werkplaats van de spoorwegmaatschappij werd gevestigd in een atelier in de Goswin de Stassartstraat.Dit atelier deed sinds de Franse Revolutie dienst als wapenarsenaal. De mannen die er werkten werden arsenaalmannen genoemd. Toen de spoorwegmaatschappij later verhuisde naar de site langsheen de Leuvensesteenweg te Muizen bleef de werkplaats de naam “Arsenaal “ behouden.
In Mechelen en omstreken betekent werken in het “Arsenaal “ werkzekerheid, een degelijke verloning te vergelijken met een betrekking bij de overheid.


Jana Haemels