zondag 14 november 2010

Dorpsrestaurants als wapen in de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting.

Voorwoord.
Onder armoede verstaan de meesten onder ons gebrek aan voedsel, onderdak, hygiëne of verzorging. We denken dan automatisch aan daklozen, mensen zonder papieren enz. in grote steden als Brussel , Gent , Luik… Daarnaast is er ook de sociale armoede of uitsluiting. Mensen ( meestal ouderen ) die aan hun lot worden overgelaten, niet meer mobiel zijn of zorgbehoevend. Dikwijls zijn ze te trots om hulp te vragen of kennen ze de juiste kanalen niet.
Soms hebben ze meer behoefte aan een goed gesprek of wat aandacht dan aan financiële steun. Als je in de krant leest dat iemand twee jaar na zijn dood in zijn appartement wordt teruggevonden zonder dat de buren zich zorgen maakten stemt dat tot nadenken.
Met deze blog wil ik een initiatief van mijn gemeentebestuur in de kijker zetten dat de armoede en sociale uitsluiting moet tegengaan.

Wat zijn dorpsrestaurants?
Het idee van “ dorpsrestaurants “is ontstaan in 2005 in Schoonhoven, een dorp in de Limburgse gemeente Bilzen. Nadien volgden Hoeilaart, Scherpenheuvel en Avelgem.
Het is een plaats waar mensen goed, goedkoop en gezond kunnen eten en waar mensen welkom zijn die moeilijk sociale aansluiting vinden. Ze blazen nieuw leven en sociale samenhang in de woonbuurten en de dorpen. De doelgroep is in eerste instantie de ouderen.

Het project in Kampenhout.
Het gemeentebestuur organiseerde in elke deelgemeente een dorpsrestaurant. Voor de prijs van 7 Euro kreeg men een warme maaltijd inclusief 1 drankje. Vrijwilligers werden ingeschakeld om de mensen te contacteren of zorgden voor vervoer. Anderen hielpen de tafels te versieren of zorgden voor de animatie. Zo werd de ganse gemeenschap bij het project betrokken.

                                              

Zowel deelnemers, gemeentebestuur en vrijwilligers vonden het een geslaagd project.
Mensen die elkaar in geen jaren meer hadden gezien vonden elkaar terug. Herinneringen werden opgehaald en nieuwe vriendschappen gesmeed. De burgemeester maakte van de gelegenheid gebruik om de wijkinspecteur voor te stellen en gaf informatie over hoe en waar men deze kon bereiken. Aan één van de vijf pijlers van de Gemeenschapsgerichte Politiezorg[1] (externe oriëntering ) waarmee bedoeld wordt dat de politie niet buiten maar wel in de maatschappij staat, er deel van uitmaakt was hiermee voldaan.


Link met maatschappelijke veiligheid.
Dit initiatief komt de maatschappelijke veiligheid zeker ten goede. Het versterkt het sociale weefsel. De overheid heeft ingezien dat men buurtfeesten en lokale activiteiten moet ondersteunen. Ten opzichte van vroeger is de maatschappij meer individualistisch geworden.
Buren kwamen op zomeravonden samen om te praten, het sociale leven speelde zich hoofdzakelijk af op café of in plaatselijke verenigingen. De bakker en melkboer kwamen aan huis en de postbode had nog tijd voor een praatje. Veel van dit is verleden tijd.
Nu zien we dat sommige mensen hun buren zelfs niet meer kennen ( ook in de plattelandsgemeenten). Bij het minste probleem wordt de politie gebeld, zelfs zonder eerst met de buren te praten….
Initiatieven zoals deze dorpsrestaurants zijn zeker een goede zaak.

Jana Haemels


[1] GGPZ of Gemeenschapsgerichte Politiezorg ( voorheen COP of Community Oriented Policing ) bestaat uit vijf   pijlers: externe oriëntering , partnerschap, bekwame betrokkenheid, probleemoplossend werken en verantwoording afleggen.

De Wet van 27 november 1891 ter beteugeling van de landloperij en bedelarij werd in 1993 opgeheven.

Historische vergissing of niet?

Woord vooraf.
Bij het lezen van hoofdstuk 2 van “Zorg en de staat” van Abram de Swaan waarin de auteur het heeft over regionale landloperij en armenhuizen besloot ik het onderwerp van naderbij te bekijken. In België was landloperij en bedelarij strafbaar volgens de Wet van 27 november 1891. In 1993 werd de Wet opgeheven. Landloperij en bedelarij werden gedepenaliseerd. Ieder weldenkend sociaal bewogen mens zal dit wel een goede zaak vinden. Hoe kan je nu gestraft worden omdat je in armoede bent verzeild? De vraag is of met de afschaffing van deze Wet het probleem opgelost is? Pendelaars die dagelijks in de stations van grote steden als Antwerpen en Brussel passeren worden dagelijks geconfronteerd met daklozen en bedelaars. Het is niet mijn bedoeling om de ( opgeheven) Wet te citeren. Ik beperk me tot het opsommen van de basisvoorwaarden waaraan men moest voldoen om als landloper of bedelaar te worden opgepakt. Wie het heeft over landlopers en bedelaars denkt automatisch aan de kolonies van Wortel en Merksplas. Een kleine historische schets van deze sites is dan ook aangewezen. Tot slot bekijk ik de situatie na de opheffing van de Wet . Het was de bedoeling van de overheid om de nadruk te leggen op hulpverlening in plaats van bestraffing.
Vraag is of men daar in geslaagd is. In dat verband verwijs ik naar het Wetsvoorstel dd. 2 september 2005 waarin Mevrouw Christine Defraigne de wet van 5/8/1992 op het politieambt wil wijzigen om een samenwerkingsverband in te stellen tussen de OCMW’s en de politieambtenaren met het oog op de beteugeling van de bedelarij en landloperij op openbare plaatsen dankzij een betere toegang tot de maatschappelijke hulpverlening. In de memorie van toelichting citeert zij de schepen van handel van de stad Luik die heeft verklaard dat:
« de afschaffing van de wet op de landloperij een historische vergissing geweest is. Vandaag beschikken wij over geen enkel instrument meer om deze personen tegen hun wil, maar om hun bestwil op te vangen » (http://www.senate.be/ Wetgevingsstuk nr.3-1336/1).

Wanneer werd je bestempeld als landloper of bedelaar?
De Wet stelde drie basisvoorwaarden:
-         geen werk
-         geen middelen van bestaan
-         geen vaste verblijfplaats
Als deze drie voorwaarden tegelijk vervuld waren kon de rechter je verplicht laten opnemen in een landloperskolonie.

De kolonies van Wortel en Merksplas.
De domeinen van Wortel en Merksplas werden in 1870 aangekocht door de Belgische Staat. De coördinatie gebeurde door de directeur van de gevangenis van Hoogstraten. Men maakte een onderscheid tussen gewone bedelaars ( vb zieken, ouderen )die naar Wortel gingen en beroepsbedelaars( uit luiheid, drankmisbruik ) die naar Merksplas gingen. De valide landlopers werken tewerkgesteld op de boerderij, in de smidse of in de steenfabriek. Vanaf 1893 kwam er een eigen directie. Toen in 1993 onder Europese druk de Wet op de landloperij werd afgeschaft verloren 260 landlopers de “geborgenheid van de georganiseerde
Tot 1996 verbleven er 27 landlopers in Wortel ( op eigen verzoek) maar wel onder een strenger regime.
De vroegere landloperskolonie is nu uitgebouwd tot één van de grootste gevangenissen in België ( 700 gedetineerden) en een centrum voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Landloperij: een vicieuze cirkel.
Landloperij was een chronisch gegeven. Landlopers boden zich vrijwillig aan of werden opgepakt door de politie. Als ze door te werken voldoende uitgangsmassa hadden verzameld konden ze vertrekken . De meesten keerden korte tijd nadien terug ( als het geld op was). Antwerpse landlopers werden bij het aanbreken van de winter met tientallen of honderden naar Merksplas gebracht. Bij het aanbreken van de lente hadden ze genoeg geld verzameld waardoor ze middelen van bestaan hadden. Ze werden vrijgelaten en hernamen hun zwerversbestaan.

Huidige toestand:
Landlopers bestaan niet meer. Vandaag spreken we van daklozen of thuislozen.
Het probleem is er nog steeds maar de vroegere oplossing in de vorm van de landloperskolonie niet meer. Voor daklozen zijn er nu initiatieven zoals nachtopvang, sociale restaurants enz. georganiseerd door organisaties als Poverello en andere.
Eén ding staat vast: de hulpvraag overtreft het aanbod. Daklozen moeten worden geweigerd wegens een gebrek aan plaats, soms is er dagopvang maar geen mogelijkheid tot overnachten of is de opvang beperkt in tijd.
Door de economische crisis vallen meer en meer mensen uit de boot of buiten het sociale vangnet. Het leger autochtone daklozen wordt aangevuld met illegale vreemdelingen die hier hun geluk komen zoeken, leefloners enz.

Conclusie:
De afgeschafte Wet op de landloperij en bedelarij was voor velen landlopers( nu daklozen, thuislozen )genoemd een zegen. In de landloperskolonie kregen ze onderdak,eten en konden ze de winter overbruggen. Na de afschaffing van de Wet was het de bedoeling van de Wetgever om de nadruk te leggen op opvang en sociale ondersteuning maar men is daar onvoldoende in geslaagd. De beelden van de daklozen ( gezinnen met kinderen) die in Brussel afgelopen winter de koude moesten trotseren  brachten het probleem in de actualiteit. Hopelijk worden we hiervan gespaard de volgende maanden. Ik vind het goed dat je niet meer gestraft kan worden omdat je dakloos bent maar anderzijds staan de daklozen nu meer dan ooit letterlijk en figuurlijk in de kou. Ik vind dus dat de afschaffing van de Wet op de landloperij inderdaad een historische vergissing is geweest omdat de overheid het sociale vangnet niet of onvoldoende heeft aangepast aan de nieuwe situatie. Landlopers en bedelaars zijn er nu slechter aan toe dan ooit.

Wat denken jullie hier van?

Jana Haemels


Bronnenlijst: