Voorwoord.
Onder armoede verstaan de meesten onder ons gebrek aan voedsel, onderdak, hygiëne of verzorging. We denken dan automatisch aan daklozen, mensen zonder papieren enz. in grote steden als Brussel , Gent , Luik… Daarnaast is er ook de sociale armoede of uitsluiting. Mensen ( meestal ouderen ) die aan hun lot worden overgelaten, niet meer mobiel zijn of zorgbehoevend. Dikwijls zijn ze te trots om hulp te vragen of kennen ze de juiste kanalen niet.
Soms hebben ze meer behoefte aan een goed gesprek of wat aandacht dan aan financiële steun. Als je in de krant leest dat iemand twee jaar na zijn dood in zijn appartement wordt teruggevonden zonder dat de buren zich zorgen maakten stemt dat tot nadenken.
Met deze blog wil ik een initiatief van mijn gemeentebestuur in de kijker zetten dat de armoede en sociale uitsluiting moet tegengaan.
Wat zijn dorpsrestaurants?
Het idee van “ dorpsrestaurants “is ontstaan in 2005 in Schoonhoven, een dorp in de Limburgse gemeente Bilzen. Nadien volgden Hoeilaart, Scherpenheuvel en Avelgem.
Het is een plaats waar mensen goed, goedkoop en gezond kunnen eten en waar mensen welkom zijn die moeilijk sociale aansluiting vinden. Ze blazen nieuw leven en sociale samenhang in de woonbuurten en de dorpen. De doelgroep is in eerste instantie de ouderen.
Het project in Kampenhout.
Het gemeentebestuur organiseerde in elke deelgemeente een dorpsrestaurant. Voor de prijs van 7 Euro kreeg men een warme maaltijd inclusief 1 drankje. Vrijwilligers werden ingeschakeld om de mensen te contacteren of zorgden voor vervoer. Anderen hielpen de tafels te versieren of zorgden voor de animatie. Zo werd de ganse gemeenschap bij het project betrokken.
Zowel deelnemers, gemeentebestuur en vrijwilligers vonden het een geslaagd project.
Mensen die elkaar in geen jaren meer hadden gezien vonden elkaar terug. Herinneringen werden opgehaald en nieuwe vriendschappen gesmeed. De burgemeester maakte van de gelegenheid gebruik om de wijkinspecteur voor te stellen en gaf informatie over hoe en waar men deze kon bereiken. Aan één van de vijf pijlers van de Gemeenschapsgerichte Politiezorg[1] (externe oriëntering ) waarmee bedoeld wordt dat de politie niet buiten maar wel in de maatschappij staat, er deel van uitmaakt was hiermee voldaan.
Link met maatschappelijke veiligheid.
Dit initiatief komt de maatschappelijke veiligheid zeker ten goede. Het versterkt het sociale weefsel. De overheid heeft ingezien dat men buurtfeesten en lokale activiteiten moet ondersteunen. Ten opzichte van vroeger is de maatschappij meer individualistisch geworden.
Buren kwamen op zomeravonden samen om te praten, het sociale leven speelde zich hoofdzakelijk af op café of in plaatselijke verenigingen. De bakker en melkboer kwamen aan huis en de postbode had nog tijd voor een praatje. Veel van dit is verleden tijd.
Nu zien we dat sommige mensen hun buren zelfs niet meer kennen ( ook in de plattelandsgemeenten). Bij het minste probleem wordt de politie gebeld, zelfs zonder eerst met de buren te praten….
Initiatieven zoals deze dorpsrestaurants zijn zeker een goede zaak.
Jana Haemels
[1] GGPZ of Gemeenschapsgerichte Politiezorg ( voorheen COP of Community Oriented Policing ) bestaat uit vijf pijlers: externe oriëntering , partnerschap, bekwame betrokkenheid, probleemoplossend werken en verantwoording afleggen.
