Solidariteitsbeginsel.
Ons pensioenstelsel is gebaseerd op solidariteit. Tijdens onze actieve loopbaan gebeuren er afhoudingen op ons beroepsinkomen waarmee de uitbetaling van de wettelijke pensioenen wordt gefinancierd. Di e bijdragen worden berekend op het totale inkomen maar het pensioen dat we later zullen krijgen is geplafonneerd. Het wettelijke pensioen vormt dus een middel tot solidariteit, enerzijds tussen de senioren zelf omdat extreme verschillen in inkomen worden afgevlakt en anderzijds tussen de generaties omdat de pensioenen van vandaag worden betaald met bijdragen van de huidige actieve bevolking. Dit is het repartitiestelsel.
De 3 pensioenpijlers.
1. Het wettelijke pensioen: datgene dat je krijgt van de overheid.
2. Het bovenwettelijke pensioen: datgene waar je werkgever voor zorgt of waar je als zelfstandige zelf in voorziet ( vb: pensioenfonds, groepsverzekering, vrij aanvullend pensioen voor zelfstandigen).
3. Het aanvullende pensioen: datgene waar je zelf voor zorgt (vb: pensioensparen, individuele levensverzekering, langetermijnsparen).
Het probleem van de inkomenskloof.
De pensionering zou het begin moeten zijn van een periode waarin men eindelijk de tijd heeft om van het leven te genieten.
Maar net dan neemt het inkomen een ferme duik. Hoe groter het inkomen was, hoe groter de inkomenskloof .Een loontrekkende verlies bij zijn pensionering ongeveer 30 % van zijn inkomen , bij een zelfstandige loopt dit nog meer op. Het is dus duidelijk dat je om je levensstandaard te behouden je wettelijk pensioen moet aanvullen met andere inkomsten.
Het probleem van de vergrijzing.
Door de daling van het geboortecijfer en het feit dat we langer leven verandert de samenstelling van de bevolking en komen er in verhouding meer oudere en minder beroepsactieve mensen bij. In 2000 was 22,50 % van de Belgen gepensioneerd, rond 2020 zal dat 27,10 % zijn en in 2040 zal 1 op de 3 Belgen met pensioen zijn. De overheidsuitgaven voor pensioenen zullen dus schrikbarend stijgen. Er zullen steeds minder actieve mensen moeten instaan voor de financiering van een steeds groter aantal gepensioneerden.
Het Generatiepact.
Om de vergrijzing te milderen werkte de federale regering het Generatiepact uit. Men wil meer vijftigplussers aan het werk, de kansen van ouderen op de arbeidsmarkt verhogen, vervroegd stoppen met werken ontmoedigen en langer werken aanmoedigen.
Hoe lossen we het op?
In het pensioendebat staan vakbonden en werkgevers lijnrecht tegenover elkaar.
Vakbonden willen niet weten van een verhoging van de wettelijke pensioenleeftijd . Werkgeversorganisaties zoals het VBO ( Verbond van Belgische Ondernemingen) willen in eerste instantie de effectieve pensioenleeftijd optrekken ( afschaffing van stelsels zoals vb brugpensioen) en in een tweede fase de wettelijke pensioenleeftijd optrekken tot vb. 67 jaar.
UNIZO ( Verbond van Zelfstandige Ondernemers) stelt voor om niet langer uit te gaan van een wettelijke pensioenleeftijd maar van een minimumloopbaan. Zij die vroeg beginnen te werken kunnen vroeger op pensioen, zij die lang studeren kunnen later op pensioen.
Ook het idee van een bonus malussysteem zien zij wel zitten. Wie op pensioen gaat voor zijn 65 jaar krijgt minder( malus), wie na zijn 65 aan de slag blijft krijgt meer ( bonus).
Eigen bedenking.
Voor mij is het duidelijk dat er iets moet gebeuren. Als uit studies blijkt dat België bij de koplopers is wat betreft belastingsdruk terwijl onze wettelijke pensioenen één van de laagste zijn kan je niet anders dan concluderen dat er iets niet klopt.
Andere Europese landen nemen maatregelen om de pensioenleeftijd te verhogen. België zal willen of niet moeten volgen. Eigenlijk vind ik dat dit Europees zou moeten worden aangepakt. Voor mij moet een hervorming van het pensioenstelsel samengaan met een arbeidsmarkthervorming.
Ik ben er zeker van dat er mensen zijn die er gerust enkele jaartjes willen bijdoen mits aangepast werk. Je kunt hen ook extra motiveren door vb. extra verlof of een gunstiger fiscaal regime. Voor wat hoort wat.
Ik zie een ambtenaar of bediende gerust enkele jaartjes extra doen maar je kunt dat niet verwachten van een bouwvakker die van zijn 16 jaar in weer en wind zwaar werk heeft gedaan. Het is aan de overheid om zulke mensen mits aangepast werk langer aan de slag te houden. Ik denk in het geval van de bouwvakker dan aan het doorgeven van zijn ervaring aan jongeren in scholen, VDAB opleidingen, coaching enz.
Hetzelfde zou kunnen gelden voor andere knelpuntberoepen…
Jana Haemels
Wat ik al sinds mijn 18 jaar doe om later mijn pensioen veilig te stellen is pensioensparen.
BeantwoordenVerwijderenEr zijn 2 verschillende manieren om aan pensioensparen te doen:
Kiest u voor een pensioenspaarverzekering bij een verzekeringsmaatschappij, dan kent u op voorhand het jaarlijks minimumrendement. Daarnaast maakt u kans op een winstdeelname maar die hangt af van de beleggingsresultaten van de verzekeraar.
Kiest u voor een pensioenspaarrekening (bijvoorbeeld een pensioenspaarfonds bij een bank), dan krijgt u geen gegarandeerd minimumrendement. Een pensioenspaarfonds belegt immers in aandelen en obligaties en de winst hangt af van de beursevolutie. Op het einde van elk jaar wordt de balans opgemaakt.
Voor welk product u uiteindelijk best kiest, hangt af van verschillende factoren zoals uw leeftijd en uw risicoprofiel. Uw bank of verzekeringsmaatschappij geeft u zeker meer informatie.
Sofie
Hoi,
BeantwoordenVerwijderenIk denk niet dat het een oplossing is om te zeggen tegen de mensen dat ze een bepaald aantal jaren moeten werken voordat ze in pensioen kunnen gaan. Op deze manier zouden mensen die studeren, bestraft worden omdat ze naar school gaan en in bepaalde sectoren (vb.: de bouw) is het ook niet mogelijk om bijvoorbeeld aan 60 nog steeds deze zware arbeid te verrichten.
We zullen ons vooral moeten beroepen op pijler twee (groepsverzekeringen) en drie (pensioensparen) van het pensioenstelsel. Deze zullen in de toekomst een belangrijke rol spelen.
In Nederland is het zo dat men momenteel al het systeem toepast waarop pensionering niet gezien wordt als het ontvangen van een vervanginkomen, maar een basisinkomen.
In Nederland zijn dit pensioenfondsen en pensioenverzekeraars (dit zijn meestal gewone verzekeraars die ook pensioenen aanbieden), waaraan de werkgever, de werknemer, of werkgever en werknemer beiden premie betalen. In het algemeen betaalt de werknemer 1/3 van de premie en de werkgever 2/3 maar die percentages kunnen per fonds, verzekeraar of werkgever verschillen. De opgespaarde pensioenpremie zorgt er in de tijd voor dat het pensioenkapitaal waaruit het pensioen uiteindelijk wordt betaald stijgt (er komt rente op het betaalde bedrag). Gedurende de opbouwperiode zal men van pensioenreserve aanleggen. Dit kunnen we wat vergelijken met de tweede en derde pijler van het pensioen zoals wij deze kennen.
Prachtig artikel!
BeantwoordenVerwijderenNiet iedereen heeft toegang tot de twee pijlers. Grote bedrijven bieden hun personeel de tweede pijler aan. KMO's zie ik dat nog niet doen. Ook de overheid biedt geen tweede pijler aan.
Volgens mij is pensioen ook niet het moment om dan pas van het leven te genieten. Van het leven genieten moet je nu doen. Nu moeten we wel sparen om later te kunnen overleven.
Als mijn werkgever op 55 op pensioen gaat, dan sta ik aan de deur. Mijn dagen werkloosheid tellen ook weer niet mee voor het pensioen.
Het is volgens mij héél uitzonderlijk dat je als werknemer tot je volle pensioen bij één en dezelfde werkgever kunt blijven.
Hoe financier je dan een oudere werknemer? Als die werkgever op 55 op pensioen gaat, en ik ben inmiddels 45 dan ben ik uitermate duurder dan een schoolverlater.
Gesteld dat ik 'mag blijven' tot mijn 65, dan word ik elk jaar duurder voor de werkgever. Bij een dreigend faillissement of een sanering sta ik dan mooi aan het begin van de lijst 'dure werknemers'.
Ik denk dat enkel pijlers 1 en 3 de beste combinatie vormen. De overheid zorgt voor een basispensioen. Pensioensparen is daarom aangewezen. De tweede pijler is een riskante pijler. Vaak gaan papieren verloren en wie kan dan aan zijn of haar kinderen zeggen bij welke verzekeraar men destijds was aangesloten (en veel verzekeraars veranderen nogal graag van naam of fusioneren of kiest de werkgever een andere verzekeraar).
Wie niet tijdig begint met werken (langdurige werkloosheid na verlaten school of studeren) begint best nu met pensioensparen. De rijksdienst voor pensioenen kent je naam pas op het moment dat je begint met werken (sociale zekerheid betaalt).